maandag 13 februari 2017

Nog even geduld voor de blogs van de reis van 2017!

We zijn nog niet begonnen met bloggen. D.V. van 13-24 maart 2017 zijn onze studenten op studiereis in Israël. Hier hopen ze u dan op de hoogte te houden van hun belevenissen.

Hieronder staan nog wel de bijdragen die vijf jaar geleden geschreven zijn tijdens de vorige studiereis.

zaterdag 18 februari 2012

Dagverslag donderdag 16 februari


Slapen bij de Bedoeinen

Vanochtend zijn we om ongeveer zeven uur opgestaan. Een aantal mensen waarschijnlijk ook eerder om nog onder één van de vier douches te kunnen. Sommigen hebben niet zo goed geslapen, omdat het vrij koud was zo buiten in de woestijn. In een grote tent aan de andere kant van het bedoeïenkamp kregen we een stevig ontbijt genuttigd. Toen we in de bus stapte was al goed te merken dat een aantal mensen erg moe was. 

Arad
Om half negen zijn we weggereden in de richting van de stad Arad. Arad is gesticht in 1961 in de buurt van de fabrieken bij de Dode zee. Zo hoefde de mensen die in de fabriek werkte niet ver te reizen naar hun werk. In de buurt van Arad ligt Tel Arad, een oude plaats die waarschijnlijk bewoont is van 3000 – 2650 v. Chr. Er waren typisch blokvormige huisjes met maar één kamer. Later heeft de plaats gediend als een Israëlisch fort. Dit gebruikte ze om het vruchtbare gedeelte van het land ten Noorden van Tel Arad te beschermen tegen indringers van buiten af. De stad is waarschijnlijk onbewoond geraakt doordat er waarschijnlijk minder regen viel en het leven in de stad te moeilijk werd.
Buiten wilde men het liefst snel de bus weer in, omdat het niet geheel droog was en het niet zo warm was als de dagen ervoor. De gids heeft ons dus vrij snel door de opgraving van de stad heen geleid, zodat we snel in de bus in konden, dachten we, maar bij het fort hebben we alsnog een uitgebreide uitleg gehad van een aantal professoren.

Fontein van tranen
Na een korte rit met de bus zijn we in de huidige stad Arad naar een groot overdekt kunstwerk geweest, ‘’Fontein van tranen’’ genaamd. De uitleg die we kregen over de betekenis van het kunstwerk is hieronder uitgewerkt.
Uitleg van de kunstobjecten
In het werk is de herinnering van de Holocaust gecombineerd met de zeven kruiswoorden. In een muur van Jeruzalem steen zijn zeven panelen gemaakt. Uit de muur van Jeruzalem steen kwam het figuur van Christus naar voren, symbolisch staat het ervoor dat Jezus de koning van de Joden is. Het kruis was niet uitgebeeld, omdat het te confronterend is voor de Joden die onder het kruis ook veel hebben geleden.

Op het eerste paneel is Christus gericht naar zijn vader en vraagt vergeving voor de mensen die niet weten waar ze mee bezig zijn. Bij het kruis staat een Joodse man die de concentratiekampen heeft overleefd en door dit beeld van Christus geconfronteerd wordt met zijn moeite om te vergeven en te vergeten wat er is gebeurd. Hij zit in dubio omdat hij niet wil vergeten wat er is gebeurd, maar eigenlijk wel wil vergeven.

Bij het tweede paneel kijkt Christus naar rechts. Het staat ervoor symbool dat de moordenaar aan Christus vraagt om aan hem te denken als Hij in Zijn koninkrijk komt. Christus zegt tegen de moordenaar naast hem dat hij heden met Hem in het paradijs zal zijn.  De Joden hebben in de gaskamers ook uitgeroepen tot God en God heeft Zijn volk ooit beloofd om zijn volk terug te brengen. Hierin wordt overeenkomst gezien tussen Christus en het lijden van de overlever van de Holocaust die voor Christus stond.

Op het volgende paneel kijkt Christus naar beneden onder het kruis. Hij spreekt zijn moeder  en zijn naaste discipel aan. Jezus zegt‘’Dat is uw zoon’’ tegen zijn moeder en tegen zijn leerling ‘’Dat is je moeder’’. Het is de zorg van Jezus als zoon voor Zijn moeder. De last van de zorg legt Hij op de schouder van Zijn discipel.

Het vierde paneel is de meest dramatische. Een schreeuw naar God. ‘’Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?’’ Een citaat uit Psalm 22. Christus vervult die passage. Christus heeft de nauwste relatie met God, maar tijdens de kruisiging roept Hij toch deze woorden uit. Ook de overlevende voor het kruis roept het uit. Uit getuigenverslagen blijkt dat ook in de gaskamers de mensen uitriepen naar God en vroegen waar Hij was.

Op het vijfde paneel hangt Christus naar beneden. ‘’Mijn dorst.’’ Vele Joden zijn in de wagons op weg naar de kampen omgekomen van de dorst. Ook in de kampen zelf was uitdroging na moord de belangrijkste doodsoorzaak. De overlevende heeft een hand ontvangende houding. Hij verlangt iets van Christus, het levende water.

Bij het zesde paneel is Christus gericht op de mensen. Hij roept uit dat het is volbracht. Er was voor de zonde betaald. Dit is een schril contrast met de moord op 6.000.000 Joden. Dat is 2/3 van de  Europese Joden toen.

Het laatste paneel staat voor het laatste kruiswoord. ‘’Vader, in uw handen beveel Ik Mijn geest.’’ Christus is gestorven. De overlevende uit het concentratiekamp is ingestort en ligt op de grond, maar hij duwt zich een beetje op alsof hij zijn vertrouwen stelt op Christus en zijn geest in Zijn handen wil bevelen.

Iedereen was stil van de indruk die dit kunstwerk heeft gemaakt. Ieder heeft het op zijn eigen manier meegenomen, maar de uitleg bij het werk heeft een onvergetelijke indruk achter gelaten. We zijn hier onverwacht naartoe gegaan, maar het was zeker de moeite waard.

Wandelen door de kloof

Tussen de middag hebben we ergens in een winkelcentrum gegeten. Daarna zijn we doorgereden naar de oase En Avedat. Het is een beekje dat stroomt door een mooie bergpas. Langs het water stonden allerlei planten, terwijl het hogerop rotsachtig en droog was. Tussen de rotsen en de planten ontdekte we een aantal steenbokken. Het symbool van de nationale parken. Dit was het tiende en laatste nationale park dat wij bezochten.

Ben Goerion
Vergezichten
Verder opweg in de richting van het vliegveld zijn we uitgestapt bij het graf van David Ben Goerion (1886-1973). Hij heeft zich ingezet voor de oprichting van de staat Israel. Hij was de eerste president van Israel en stond bekend om als samenbindende factor tussen de verschillende volken. Na zijn werk in de politiek heeft hij zich terug getrokken in een net gestichte Kibboets. Het vliegveld waarnaar we op weg waren is ook naar hem vernoemd.
Als onderbreking van de drie uur lange rit naar het vliegveld zijn we een drinkgelegenheid langs de weg ingegaan om daar te genieten van een kop koffie of een sapje. Dit drankje hadden we te danken aan professor Hofman. Daarvoor alsnog hartelijk dank.

Jaffa
In Jaffa, het vroegere Joppe, hebben we uitgebreid gegeten in een restaurant. Door sommige omschreven als het laatste maal. We hebben er bijna de hele avond aangezeten en genoten van een zeer uitgebreid voorgerecht van salades, een heerlijk hoofdgerecht van rijst, aardappels en vlees en als belangrijkste een lekker toetje van appeltaart, pudding, brownies en ijs.
We gingen pas ’s nachts vliegen, de meeste mensen waren gesloopt van alle indrukken en de weinige slaap die ze hadden gehad. Maar voor zover ik het gehoord heb, heeft iedereen de reis als heel waardevol ervaren. We hebben enorm veel geleerd uit de Bijbel en over het land en de cultuur en natuur van de Bijbel ook aan de hand van de Bijbel.

Bedankt voor het lezen en het meeleven met ons.


Met vriendelijke groet, Klaas-Jan de Jong







Dagverslag woensdag 15 februari


Zand, zweet en zout
Na het openschuiven van de oogluiken en de invoer van een heerlijk ontbijt, scharrelen we alle koffers, tassen en pakken weer bij elkaar om in de bus te zetten. Ieder vindt weer een plekje in de bus en we begeven ons richting Qumran. De temperatuur schommelt wat tussen ‘lekker warm’ en ‘lekker warm met een fris
windje’; we zijn tenslotte in de woestijn van Judea. Bij Qumran zijn grotten en de resten van een oude nederzetting. We krijgen uitleg over de nederzetting en de sektarische gemeenschap van Essenen die hier teruggetrokken woonden. Ze voorzagen in hun watervoorraden door al het regenwater wat over de harde, rotsachtige woestijngrond spoelde op te vangen in bassins. Zo hadden ze aan een paar keer regen per jaar genoeg voor het hele jaar. In de grotten zijn belangrijke boekrollen gevonden met daarop bijna het hele Oude Testament en nog vele geschriften daaromheen. Deze vondst is belangrijk omdat het veel ouder materiaal bevat dan er voorhanden was. Hiermee is ook aangetoond dat de tekstoverlevering van het Oude Testament zeer betrouwbaar is, ook al zijn er eeuwen overheen gegaan.


Hierna worden we naar het natuurgebied van Ein Gedi gebracht. Hier is een waterval met in de omgeving allemaal grotten. Waarschijnlijk heeft David zich hier verstopt voor Saul toen hij op de vlucht was. De natuur is indrukwekkend en het blijkt ook een hele klim om zo langs de rotswanden naar de waterval te gaan. De busrit erna kan weer gebruikt worden om wat moed te vatten. 

Het volgende adres is op honderden meters onder het zeeniveau: de Dode Zee. Hier kan iedereen het water even induiken, of beter gezegd: zich op het water laten dragen. Het is helemaal niet mogelijk om in zulk zout water (ruim 30%). Het is ook geen pretje om een spetter in de ogen te krijgen want het zout brandt. Het is een vreemde gewaarwording om te blijven drijven zonder dat er inspanning voor nodig is. Daarnaast is het zoute water ook goed voor de huid. Alle wondjes branden dicht en de huid wordt weer aangemoedigd om zich goed te herstellen.
Nadat iedereen zich weer heeft afgedroogd en aangekleed kunnen we aan picknicktafels aan de lunch beginnen. De man van onze gids heeft twee dagen lang broodjes staan smeren en het smaakt dan ook naar meer. Zo gaan we verkwikt en aangedikt naar de volgende bestemming in de woestijn: de burcht Massada. Hier kunnen we met een kabelbaan naar boven en we lopen over de enorme bergvesting uit de tijd van koning Herodes. De vesting is op een hoge berg gebouwd met stenen van dezelfde berg. Hierdoor is de vesting helemaal niet gemakkelijk te zien. Lange tijd is de plek in de vergetelheid geraakt maar later weer ontdekt. Nu zweren Israëlische militairen hier de eed van trouw. Massada is voor de Joden het symbool van kracht en moed van het Joodse volk. Tijdens de Joodse opstand in de jaren 60 van de eerste eeuw na Christus verzamelden zich de Zeloten hier in deze vesting. Jeruzalem viel in 70 na Christus in romeinse handen en de tweede tempel werd verwoest. De laatste Joodse verzetshaard was deze burcht in de woestijn. De romeinen zetten alles op alles om het verzet te breken en sloegen het beleg rondom de berg. Er waren echter enorme voedsel en watervoorraden voor jaren in de burcht. Daarom hebben de Romeinen een soort oprit tegen de berg gemaakt waarover ze met hun belegeringstuig naar de muren konden komen. De muur werd doorbroken en de Joden besloten om elkaar te doden voordat ze in de handen van de romeinen zouden vallen. Overgave zou de dood voor de mannen, verkrachting voor de vrouwen en slavernij voor de kinderen betekenen. Zo is Massada gevallen, maar de militairen zweren dat Massada nooit meer zal vallen.


Een kopje arabische thee bij het ontvangst



Na de afdaling te voet volgde de busrit naar het eindpunt van vandaag in de woestijn. Het betreft geen hotel, maar een bedoeïenkamp. Hier aangekomen stonden de kamelen (of eigenlijk: dromedarissen) al voor ons klaar. Twee mensen per kameel en vijf kamelen per rij. Zo gingen we in drie rijen een stukje door de woestijn. Dat voelt ongeveer zoals op een scheepje met windkracht 4 erbij. 
Teruggekomen werden we ontvangen en konden we aan de maaltijd beginnen. Toen de voorraadschuren weer rijkelijk gevuld waren, volgden gebed, zang, kampvuur, sterren, nacht, stilte, en een diepe slaap in de koelte van de woestijn.

Henric Bezemer

dinsdag 14 februari 2012

Dinsdag 14 februari Impressie lezing Bible College



Vanmorgen waren we in Bethlehem te gast bij het Bethlehem Bible College (BBC). Daar werden we gastvrij onthaald door decaan Alex Awad. Hij gaf ons een boeiend inkijkje in het leven van Palestijnse christenen. De korte kennismaking van Alex met de professoren uit Apeldoorn liet zien dat de combinatie Mohammed Arie voor hem een heel gewone naam leek…

Allereerst vertelde Alex kort iets over het BBC. Samen met zijn broer startte hij in 1997 de eerste Bijbelschool in Palestijns gebied. Het BBC rust Palestijnse christenen toe om in hun eigen kerkelijke gemeenten dienstbaar te zijn in het Koninkrijk van God. De lessen zijn in het Arabisch. Met veertig procent mannelijke en zestig procent vrouwelijke studenten liggen de verhoudingen iets anders dan in Apeldoorn.

Alex vertelde dat er 50.000 Palestijnse christenen aan de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook wonen. In heel Israël wonen 117.000 Arabisch sprekende christenen. Het BBC roept studenten op om het land niet te verlaten en helpt hen om in Israël een bestaan op te bouwen.

Alex schetste in het kort zijn persoonlijke geschiedenis. Geboren in West-Jeruzalem, verloor hij in 1948 zijn vader door gevechten tussen de Hagana (Joodse verzetsbeweging) en het Jordaanse leger. Daarna werd het gezin door het Israëlische leger gedwongen om naar Oost-Jeruzalem te gaan. Later kreeg Alex de mogelijkheid om theologie te studeren in Zwitserland en Amerika en kwam bewust samen met zijn broer terug naar Israël om daar voor de Palestijnen een Bijbelschool op te richten.

In vogelvlucht nam Alex ons mee door de gebeurtenissen in Israël sinds 1948. Veel Palestijnen ervoeren de oprichting van de staat Israël als een catastrofe. Palestina werd door de Britten verdeeld in een Joods en Palestijns gebied, met een stukje Brits Mandaat rondom Jeruzalem. Nadat de Britten vertrokken, nam de VN het bestuur over. Voor de mensen die van huis en haard verdreven waren, zette de VN tentenkampen op. Deze zijn vandaag de dag veranderd in dichtbevolkte woongebieden. De VN wilde vluchtelingen terug laten keren of afkopen, maar beide gebeurden niet. Na de relatief vreedzame eerste Intifada bleef er voor de Palestijnen steeds minder land over voor Palestijnen door de toename van Joodse nederzettingen. De tweede Intifada – als reactie op de Joodse claim van Jeruzalem – verliep bloedig en veroorzaakte veel slachtoffers. Om Palestijnse zelfmoordterroristen tegen te houden, bouwde Israël een muur om het Palestijnse gebied.

Alex pleitte voor één Palestijnse staat waarin Joden, moslims, Palestijnen en christenen samen in vrede leven naar het voorbeeld van Amerika. Alle mensen zijn voor hem gelijk, maar vooral stond hij erop dat Palestijnen samen moeten leven met de Israëliërs. Uit het Nieuwe Testament blijkt volgens hem dat het Koninkrijk van God zich bevindt in de harten van de mensen en niet meer gebonden is aan een geografische locatie. Dat komt voor hem uit in het verschil tussen het oude en nieuwe verbond. De locus van het verbond heeft zich verplaatst van alleen de Joden naar de hele wereld, inclusief de Joden. Dit stelde ons voor veel vragen en interessante ideeën. Het Koninkrijk van God komt niet meer uit in landgrenzen maar in de mensen die in Hem geloven.

Kortom: een kennismaking met de situatie waarin de Palestijnen leven, die ons voldoende stof tot nadenken en discussie biedt. Aan ons de schone taak om het verhaal van Alex te plaatsen binnen alle gebeurtenissen in het Midden-Oosten van de afgelopen decennia met alle politieke gevoeligheden van dien en de Bijbels kaders. Ook de theologische vragen die opkwamen tijdens ons bezoek blijven onze aandacht vragen. Wat vooral belangrijk blijft is gebed. Gebed voor de Joden, gebed voor de Palestijnen en gebed voor vrede.


Arjan Droger

Leesverslag van organisatie Mushalach

De laatste lezing van een hele cyclus hier in Jeruzalem. Elke lezing was bijzonder, leerzaam en gaf aanknopingspunten voor verdere doordenking. Ook zijn er genoeg handreikingen gegeven om verder te studeren op het thema van onze Israelreis: de presentie van de afwezige tempel in Joodse en Christelijke traditie. Ook de problematiek van vandaag in Israel heeft verdieping gekregen. Al onze makkelijke conclusies op afstand zijn voor mij niet zo vanzelfsprekendheid meer. Ik zit vol vragen over hoe het verder moet met dit land, een oplossing heb ik niet (meer). 


De laatste lezing die we vanavond gehoord hebben geeft misschien een opening naar een oplossing. Een heel moedig initiatief van de organisatie Mushalach werd gepresenteerd door een Joodse en Palestijnse jonge vrouw. Allebei belijdend christen, allebei overtuigd dat dit land alleen verder kan als ze in liefde en dienstbaar met elkaar samen leven. 


Om dit te bereiken organiseren ze contactmomenten met vrouwen, kinderen en jong volwassenen. Allereerst de ontmoeting rond Gods woord en daarnaast kennis maken met elkaar. Palestijnen en Joden leven in 1 land volstrekt langselkaar heen en krijgen van jongs af aan het beeld ingeprent dat de ander een vijand is die op alle mogelijke manieren moet worden verdreven. Haat als centraal thema in de opvoeding. En het werk van deze organisatie wil dat doorbreken door de boodschap van Gods liefde centraal te stellen in de ontmoetingen. 


Ze erkennen dat het moeilijk is. Messias-belijdende joden en Palestijnse christenen worden ook in het eigen volksdeel als paria`s beschouwd. Maar de liefde van Christus en de overtuiging dat die houding een duurzame toekomst heeft drijft hen. 


Met respect hebben we geluisterd naar deze twee moedige vrouwen. Samen hebben we de Heere God gebeden en gedankt voor het werk wat ze mogen doen. 


 Jeruzalem, Hans van Vulpen

Dagverslag dinsdag 14 februari

Het is dinsdag. Sommigen hebben het gevoel dat ze hier al weken zijn. Mogelijk dat het volle programma hier ook een bijdrage aan levert. Met inachtneming van het academische kwartier vertrok de bus om 8 uur 15 richting Bethlehem.
Bethlehem ligt in Palestijns gebied en we moeten de muur passeren die de Israeliers enkele jaren geleden gebouwd hebben. Een muur die meteen onderwerp van gesprek wordt en als zodanig ook later op de dag terug zal keren. Om in Bethlehem te komen moet er een checkpoint gepasseerd worden. Een paar mensen kiezen ervoor om de checkpoint te ervaren. Zij ervaren de controle die vele Palestijnen iedere dag ervaren.
Na het passeren van de checkpoint voert de weg naar Efratha’s velden. We stappen uit op de plaats waar de herders geweest moeten zijn toen de engelen het ‘Ere zij God’ aanhieven. Enkele marktlui staan al klaar om allerhande souvenirs aan te bieden. Onderhandelen blijkt ook hier effect te hebben op de prijs. Op de plek zelf wordt het Ere zij God aangeheven. Op de terugweg antwoord Nico Kornet op mijn wat hij nu van de velden vond dat ze wel erg bebouwd zijn. Het is moeilijk voor te stellen hoe het hier 2000 jaar geleden uit gezien moet hebben.
Vervolgens bezoeken we de geboortekerk. We hebben niet de tijd om in de rij te staan voor de plaats waar Jezus geboren moet zijn. Wel zien we een mooie mozaiek, genieten we van orgelmuziek en dalen we af in de grot van Hieronymus die erg veel lijkt op de originele geboortegrot.
Uiteindelijk gaan we verder naar de Biblecollege in Bethlehem waar Palestijnse christenen studeren. De gebouwen zijn erg mooi en de lezing geeft een indruk van hoe de Palestijnse christenen kijken op het Israelisch-Palestijnse conflict. De lezing geeft aanleiding om verder hierover na te denken. We bezoeken de gift-shop en vervolgens gebruiken we daar de maaltijd. Sommigen maken van de gelegenheid gebruik om met studenten te spreken die op dit college studeren.
Na de maaltijd rijden we naar het Palestijnse vluchtelingenkamp. Het geheel oogt niet als een vluchtelingenkamp omdat alle huizen van steen zijn. Ons wordt de geschiedenis van de Palestijnen in de vluchtelingenkampen uit de doeken gedaan. Onze gidsen zijn erg verbolgen over de houding van de Israelische overheid richting de Palestijnen onder meer vanwege het feit dat de muur op Palestijns grondgebied staat en dat de Israelische overheid de Palestijnen niet veel ruimte geeft. Het water is hier een voorbeeld van. Palestijnen zijn voor water geheel van de Israelische overheid afhankelijk. Door de wijk krijgen we een rondleiding. We horen dat de werkloosheid in de wijk erg groot is. Uitbundig worden we begroet door de jongste wijkbewoners.
Als we om 15:30 uur terugkeren in Jeruzalem is er ruimte om de tijd voor het avondeten naar eigen wens in te vullen. Sommigen bezoeken de bookshop Pomeranz en/of de winkel van pastor Ben Zvi. Anderen bezoeken voor de laatste keer de Oude Stad. Echt laat wordt het niet gemaakt omdat we op tijd in het hotel terug moeten zijn omdat er vanavond nog een lezing op ons wacht.
Bart van Vliet

Leesverslag: Mw. dr. M. Lenk - 13 februari 2012

Lezing mw.dr.M.Lenk (een Jodin, gespecialiseerd in de vroege kerk)
Jewish and Christian Responses to the Destruction of the Jerusalem Temple

Introductie
Het is goed ons te realiseren dat de tempel het centrum was in het joodse leven, maar dat het die plaats niet had in het leven van de christenen. Jezus en zijn discipelen namen wel deel aan de tempeldienst, maar het vormde niet het hart van hun leven. In deze lezing bekijken we het thema aan de hand van verschillende teksten uit beide tradities. In het christendom namen Rome en Constantinopel al snel de plaats van Jeruzalem en de tempel in; het judaisme ontwikkelde zich na de destructie van de tempel door via de rabbijnse traditie.

Judaisme
In 520 voor Christus vond de herbouw van de tempel plaats, dit is de 2e tempel. In het jaar 70 na Christus werden Jeruzalem en de tempel verwoest. De eerste joodse teksten van direct na de verwoesting geven blijk van diepe rouw.

Psalm 137
In de joodse traditie wordt deze tekst gezien als schrift over (onder meer) de 2e tempel. De joden zijn onderweg naar Babylon, en hebben een moment van stilte op reis naar Babylon. Ze hebben hun instrumenten onderweg aan de wilgen gehangen, want ze willen ze niet meenemen naar Babel. De tempelmuziek is zo heilig dat die niet buiten Israel gespeeld kan worden. Op de vraag een lied te zingen weigeren ze, maar uiteindelijk zingen ze toch een lied. Het enige lied dat ze zingen is het zingen over dat was ze missen en ze zweren dat ze Jeruzalem niet zullen vergeten, ze kunnen slechts zingen over Jeruzalem. De tweede helft van hun lied is een gebed aan God om wraak voor hun onderdrukkers. Ze zijn vol van boosheid, maar ze ondernemen niet zelf actie tot wraak, maar leggen dit in Gods hand. Ook dit tweede deel van het lied herinnert hen aan wat gebeurd is.

Babylonische Talmud Bava Batra 60b (collectie van de 5e eeuw, bron van de 2e eeuw)
De Israëlieten rouwen en willen daarom sommige dingen niet meer eten en drinken, maar uiteindelijk resulteert deze wijze van rouwen in de dood van allen. De Rabbi’s zeggen daarom dat ze moeten rouwen over Sion, maar dat ze ook moeten zien dat de vreugde van Sion ooit zal worden herbouwd. Ze moeten bijvoorbeeld wel huizen bouwen, maar met een lege ruimte; en wel trouwen, maar met as in plaats van vreugdetekens. Kortom: ze moeten rouwen, maar het leven moet doorgaan.
Als antwoord op een vraag geeft dr. Lenk aan dat sommigen het verlies echt voelden/voelen en dat ze dus echt rouwen; maar dat anderen het verlies niet echt voelen, maar het op deze wijze wel in herinnering houden; het gaat dus niet altijd om echt rouwen.

Van 132 tot 135 na Christus was er een opstand onder Israel onder leiding van Bar Kochba. De mensen dachten dat nu de tempel herbouwd zou worden. De opstand werd echter onderdrukt, en daarmee realiseerde men zich dat ze een nieuw centrum moesten zoeken voor hun religie en voor hun leven. Men zocht nieuwe wegen.

Avot d’Rabbi Natan (A) Hoofdstuk 4 (einde 1e eeuw)
In deze zoektocht naar een nieuwe wijze van jood-zijn na de verwoesting, komt rabbi Yohannan tot een weg die gaat om een wijze van ethiek, de mensen moeten zich inzetten om betere mensen te worden. Hierbij wordt verwezen naar Hosea 6:6 (‘For I desire mercy and not sacrifice.’) Dit zegt niet dat de offers niets waard zijn, maar het geeft aan dat er, ondanks het verlies van de offerdienst, een manier van contact met God is overgebleven.

Professor Peels wijst erop dat er een wisseling lijkt plaats te vinden. Eerst is God actief in het geven van het bloed van de offers en de verzoening; in de nieuwe weg moet de mens actief worden, hij moet zichzelf verbeteren, het is nu de ethiek die ons verzoening moet brengen. Dr. Mulder reageert hierop met te zeggen dat rabbi Yohannan zegt dat de nieuwe weg ook van God is, hij citeert immers de profeet Hosea.

Babylonische Talmud Berakhot 26b
In deze tekst wijzen rabbi’s naar het gebed als nieuwe weg tot God.

Klaagliederen Rabbah 1:23
Er is hoop voor de joden, ze hoeven niet alleen maar te treuren en te rouwen. Er gloort toekomst (‘As a reward for weeping I will restore your captivity’). Hier wordt gewezen op Jeremia 31:16 en verder (‘Thus says the Lord: Refrain your voice from weeping … and there is hope for your future, says the Lord.’)

Christendom

We lezen in de Bijbel al over de aanzegging van de verwoesting van de tempel en van Jeruzalem. In Marcus 13 lezen we dat Jezus waarschuwt voor deze verwoesting.

Justin, Gesprek met Trypho 22
Hier zegt Justin dat God de tempeldienst wel heeft ingesteld, maar niet voor Hemzelf, maar voor het volk, omdat Hij hen kent en weet dat ze zondaren zijn. Hij heeft de tempeldienst ingesteld, zodat zij geen andere goden zullen gaan dienen. Vervolgens zegt hij dat Christus er nu is, dus dat er geen tempeldienst meer nodig is. De tempel was niet een ‘ideale situatie’; de joden hebben het echter verkeerd verstaan, want we lezen in hun literatuur immers dat de tempel wel het ideaal was. Hij zegt dus dat we het centrum heel niet verloren zijn.

Brief van Barnabas 16
In deze tekst wordt gezegd dat God de tempel verwoest heeft om zo het misverstaan van de joden een halt toe te roepen. Zij vertrouwden immers niet in God Zelf, maar in de tempel als het huis van God.

Samenvattend kunnen we nu zeggen dat God de tempel verwoestte als een straf. Deze straf kwam om drie redenen: hun rol in de veroordeling en dood van Jezus, hun zonde in het algemeen, en hun zonde in de eredienst in het bijzonder.

Johannes Chrysostomus, Tegen de Judaizers 4.4
Chrysostomus waarschuwt de christenen niet teveel in de synagoges te zijn. Als voorbeeld noemt hij het vieren van het Pascha met de joden. Hierover zegt hij dat de joden zondigen in het vieren van het Pascha, zonder tempel kan er immers geen offer zijn, en zonder offer is er geen Pascha viering mogelijk.
Chrysostomus gebruikt het feit van de verwoesting van de tempel dus als reden tot het scheiden van het judaisme en het christendom. Hij gebruikt het als onderdeel van zijn argumentatie.

Johannes 2 and Openbaring 21
De verwoesting van de tempel wordt in de vroeg-christelijke teksten echter niet uitsluitend negatief gebruikt. Jezus zegt immers dat Hij de tempel zal afbreken en in drie dagen weer zal opbouwen. De joden vragen Hem dan hoe dat kan. Jezus zegt dat Hij spreekt over de tempel van zijn lichaam.
Dit zegt ons dat Jezus de tempel an sich niet afwijst. Maar Johannes wijst ons wel op Jezus als de tempel. Dit lezen we ook in Openbaring 21.

1 Korinthiers 3 and 1 Korinthiers 6
In deze teksten wijst Paulus ons erop dat de kerk als gemeenschap wordt aangewezen als de tempel; en ook dat de christen op zichzelf wordt aangewezen als de tempel (‘your body is a temple of the Holy Spirit’).

Hebreëen 9 and Handelingen 7
In deze teksten worden we erop gewezen dat de tempel verplaatst is, de tempel is in de hemel. (Overigens zeggen ook de Joden dus dat de tempel verplaatst is, bij hen naar de gebeden, naar de synagoges, naar de ethiek.)

Ignatius van Antiochië, To the Romans 4
Ignatius noemt in deze bron zichzelf een tempel. Hij vraagt de christenen zijn executie niet tegen te houden Hij zegt: ‘I am the wheat of God, and let me be ground by the teeth of the wild beasts, that I may be found the pure bread of Christ’.

Conclusies

Zowel de joden als de christenen zoeken naar (verschillende) manieren om de verwoesting een plaats te kunnen geven. Ze zoeken naar nieuwe wegen om verder te gaan, om het verlies van de tempel een plaats te geven in hun (religieuze) leven.
De joden zoeken het in de gebeden, in hun synagoges, in de ethiek.
De christenen wijzen met het oog op wat gebeurde op de straf; en met het oog op de toekomst op het feit dat Jezus wordt aangewezen als hét offer, als dé tempel, en dat de kerk wordt aangewezen als de tempel en dat de individuele gelovigen worden aangewezen als tempels van God.
Vervolgens wijst dr. Lenk ons erop dat er in veel (zeker orthodoxe en katholieke) kerken nog veel beelden en tekens zijn die ons herinneren aan de tempel en de tempeldienst.

In de vragenronde aan het einde van de lezing vraag Gerard Wassink naar de relatie in het judaïsme tussen het verlangen naar de (herbouw van de) tempel en de verwachting van de komst van de Messias. Dr. Lenk geeft aan dat deze relatie heel wisselend is, afhankelijk van de stroming binnen het judaïsme. Soms hangt dit nauw samen, maar soms ook staat het totaal los van elkaar. In veel gevallen komen beide punten samen in het gemeenschappelijke verlangen naar een betere wereld.

Reint vd Knijf en Gerard Bosker